Ondanks de sterke punten heeft de Poseidon D80 ook duidelijke beperkingen. Ten eerste: de Dolby Atmos-implementatie is in de praktijk voor een groot deel virtueel. Dat wil zeggen dat hoogte-effecten vaak worden gesuggereerd door digitale verwerking en niet altijd dezelfde precieze plaatsing of ‘boven je hoofd’ sensatie geven als systemen met echte up-firing drivers of afzonderlijke plafondluidsprekers. Wie een echte, nauwkeurige atmos-ervaring zoekt zal dat verschil merken.
Een andere beperking is het feit dat de vier surroundluidsprekers bedraad zijn. Dat betekent extra kabels door de kamer, wat niet ideaal is voor gebruikers die een nette, draadloze installatie prefereren. Hoewel de subwoofer draadloos is, blijven de surroundkabels een praktische hobbel bij de plaatsing. Bovendien is de afwerking van de componenten wat meer plastic dan premium materialen; dit is begrijpelijk voor het prijssegment, maar het voelt minder luxueus ten opzichte van duurdere concurrenten.
Tot slot merkte ik bij zeer hoge volumes enige compressie en lichte vervorming in complexe passages. De Poseidon klinkt op dagelijks luisterniveau uitstekend, maar wanneer je het systeem continu hard drijft, verliest het iets aan finesse. Ook ontbreken uitgebreide automatische kalibratie- of room-correction functies, waardoor het afstemmen van de set soms handmatig en tijdrovend is om optimale balans te vinden in wisselende kamers.